DELTABEAM® staal-betonliggers voor slanke vloerconstructies en een ruimtelijk ontwerp

DELTABEAMs® worden volgens de overeengekomen projectplanning op locatie geleverd. Waarmee moet u rekening houden bij het opslaan, hijsen en transporteren van de balken?

Opslag op de bouwplaats

De balken zijn voorzien van identificatiecodes in overeenstemming met de werktekeningen. De balken kunnen tijdelijk opgeslagen worden op een geschikte en vlakke ondergrond op de bouwplaats. Balken kunnen gestapeld opgeslagen worden. De balken altijd op de brede onderplaat laten afsteunen met voldoende en schoon stophout om eventuele beschadigingen te voorkomen.  Aangezien DELTABEAM® worden geïntegreerd in de betonvloer is alleen de onderzijde voorzien van een primer. Het in te storten deel van de balk is onbehandeld om een betere hechting met de beton te garanderen. Bij langdurige opslag in de buitenlucht raden wij aan de DELTABEAM® af te dekken.

Hijsen en transporteren

DELTABEAM® kunnen met een kraan of vorkheftruck/shovel worden gehesen of verplaatst. Het CE merk en informatie van elke DELTABEAM® is op de productsticker vermeld. De hijskettingen moeten aangehaakt worden in de ovale hijsgaten die zijn voorzien in de bovenplaat, zodat de DELTABEAM® in stabiele positie gehesen wordt.

Bij bredere types DELTABEAM®s met een stalen randbekisting, dient er een derde ketting aangebracht te worden om de DELTABEAM® in balans te houden (3 hijspunten).

Montage DELTABEAM®

Elke DELTABEAM® wordt in de fabriek voorzien van een uniek nummer (bijvoorbeeld D114). Dit nummer correspondeert met de nummering die op de plattegrond is aangegeven. De DELTABEAM® moeten conform de nummering worden gemonteerd. Bij een doorgaand balksysteem (doorgaande liggers) moet de juiste legvolgorde aangehouden worden. De balken dienen zodanig gemonteerd te worden dat de merken op de bovenplaat van de DELTABEAM® net zo gelezen worden als aangegeven op de plattegrond.

De DELTABEAM® worden door middel van ankerbouten bevestigd op de onderconstructie. Indien deze ankerbouten ontworpen zijn om excentrische montagebelastingen op te nemen, is onderstempeling niet noodzakelijk.

Vloerplaten leggen

De vloerplaten zoveel mogelijk ‘om en om’ leggen, waarbij uitgegaan wordt van een gelijkmatige belasting aan beide zijden van de DELTABEAM®.

De DELTABEAM® is torsiestijf en is voldoende bestand tegen torsie van de balk, de verbinding met de kolommen is meestal maatgevend. Indien deze verbinding hierop berekend is, kunnen de torsiekrachten worden opgenomen. Anders is het noodzakelijk om de DELTABEAM® op de juiste wijze te onderstempelen.

Betonnen vloerelementen worden bij voorkeur direct op de stalen flens van de DELTABEAM® gelegd zonder toepassen van oplegband.

De koppelwaping wordt door de corresponderende lijfgaten van de DELTABEAM® in de opengehakte kanalen gelegd voordat de vloer en de DELTABEAM®  volgegoten wordt met beton.

Vullen van de DELTABEAM®

De kelkvoegen, de opgehakte kanalen van de kanaalplaatvloeren en de DELTABEAM® moeten in één stortfase volledig worden gevuld met beton.

Contact

Wim Zwaan

Directeur

Tel. +31 (0)263843866
Mob. +31(0)623807005
wim.zwaan@peikko.com